Historie

170 jaar Pulchri

Oprichters en huisvesting
In januari 1847 besloten Hardenberg, Roelofs, Van Hove en de Weissenbruchs een Schilderkundig Genootschap op te richten voor het tekenen naar model, het bevorderen van de belangen van de beeldende kunst en de leden, en het houden van kunstbeschouwingen. Een maand later was Pulchri Studio (‘voor de beoefening van het schone’) een feit. Van Hove werd de eerste voorzitter, kunstenaars als Bosboom, Bles en Rochusssen sloten zich aan en koning Willem II werd de eerste beschermheer van het genootschap. Verscheidene Oranjeprinsen werden tot ‘Eerelid’ benoemd.

De behoefte aan een ‘eigen haard’ leidde ertoe dat in 1861 het hoofdgebouw en de tuin met kegelbaan van het Hofje van Nieuwkoop werden gehuurd, waarna ook kunstenaars van andere disciplines als theater, architectuur en muziek als lid konden toetreden.

Omdat het Hofje van Nieuwkoop snel te klein werd, kocht Pulchri in 1887 het pand Prinsegracht 57 aan, waarvoor onder meer een verkooptentoonstelling het benodigde geld opleverde. De vereniging bloeide, het aantal kunstenaars nam gestaag toe en de eerste befaamde feesten werden gegeven.

Toen ook het pand aan de Prinsegracht te klein werd, kochten de broers Mesdag tegen de eeuwwisseling de patriciërswoning Lange Voorhout 15, waaraan enkele indrukwekkende tentoonstellingszalen konden worden toegevoegd. Bij de ingebruikneming in 1901 beschikte Pulchri Studio over de ruimte waar het genootschap kon uitgroeien tot zijn huidige betekenis en omvang.

 


Gesigneerde groepsfoto van de oprichters en enkele werkende leden van Pulchri in het Hofje van Nieuwkoop t.g.v. de 80ste verjaardag van Andreas Schelfhout (1867).

 
Portret van Hendrik Willem Mesdag  door G.W. Knap (1910), H.W. Mesdag was voorzitter van 1889 – 1907



Fotoportret van Taco Mesdag door A.J.M. Metz. Taco was penningmeester tijdens het voorzitterschap van zijn broer (1895).

 



Het regentengebouw van het Hofje van Nieuwkoop door P. Struik (1942).

 


I
nterieur van de Regentenkamer (1983).

 


Prinsegracht 57 (thans Leger des Heils), waar Pulchri was gehuisvest van 1887 – 1901.

 


Prinsegracht 57, tentoonstellingszaal met rechts de kunstenaar Johannes Huijgens (1890).

 


Pulchri Studio aan het Lange Voorhout 15, ets van W. Bettenhausen (1984).

 
 

Hendrik Willem Mesdag, een krachtpatser als voorzitter

Door de aanhoudende groei van het aantal leden ontstond de behoefte aan een uitbreiding van tentoonstellingsruimte. Die kwam er onder de energieke en doortastende leiding van Hendrik Willem Mesdag, die in 1889 voorzitter van Pulchri werd. Mesdag ontwikkelde zich tot een monumentale voorzitter. Hij fungeerde als een rots in de branding. Op 1 februari 1898 stelde Mesdag – als voorzitter, terwijl zijn broer Taco penningmeester was, aan het bestuur voor het pand aan het lange Voorhout 15 voor de vereniging te kopen., of beter er mee in te stemmen dat hij het inmiddels voor de vereniging had gekocht. Op 9 augustus 1900 legde Mesdag de eerste steen voor de verbouwing van het pand. Een jaar later werden de zalen in gebruik genomen met een eerste ledententoonstelling. Die opening viel samen met de viering van zijn 70ste verjaardag.

In december 1906 legde Mesdag zijn voorzitterschap neer. Daarna bleef hij tot zijn dood in 1915 erevoorzitter van Pulchri.

 
‘Sinterklaas Mesdag’, spotprent van W.A. Konijnenburg op de aflossing van de hypotheek op het nieuwe pand van Pulchri (1897).

 


Van Dorpstraat, schilderhuisje van H.W. Mesdag op het duin in Scheveningen (1923).

 


Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909), kunstschilderes en echtgenote van H.W. Mesdag (1895).

 

Begrafenis van H.W. Mesdag op Oud Eik en Duinen. De voorzitter van Pulchri, Willy Martens, spreekt aan de groeve (1915).

 
 

Zalen

Met de verwerving van het pand aan het Lange Voorhout kreeg Pulchri de beschikking over een ‘eigen huis’ met de mooiste expositiezalen van het land en een monumentale balzaal (de Louis Quinze-zaal), die ook in gebruik is als trouwlocatie. In de binnentuin is ’s zomers een voor iedereen toegankelijk horeca-terras. Behalve tentoonstellingsruimten beschikt Pulchri ook over een Sociëtit waar de leden van Pulchri elkaar kunnen ontmoten en waar vooral in het weekeinde altijd wat is te beleven, Jazzoptredens, dansavonden, disco of debatten over cultuur en politiek.

 
De Louis Quinze-zaal in Pulchri, een voormalige balzaal. Tekening van A. van den Brandeler (1949).

 


De Mesdagtaveerne. Tekening van L. Wisselink (1987).

 


Kunstenaarsbijeenkomst in de Sociëteit van Pulchri. Gouache van P. Dom (1950).

 


Kaartspelende heren in de Sociëteit van Pulchri. Tekening van F. Arntzenius (1915).

 


Biljartspel in de Sociëteit. Achter het biljart de kunstenaar Jos van den Berg (1961).

 


Interieur van de Mesdagzaal in 1917 tijdens de tentoonstelling van het werk van J. Bosboom (1917).

 


De binnentuin van Pulchri  met op het terras o.a. de kunstenaars Jurjen de Haan, Willem Hussem, Dirk Bus, Hermanus Berserik, Jan Cremer, Aart van den IJssel en Paul Steenbergen (1967).

 

Feesten en jubilea

Pulchri Studio slaagde er in een rijk programma van feestelijkheden te presenteren met biljart- en kaartwedstrijden, met bijvoorbeeld in 1921 een groots ‘Fête de Têtes’, een grimeerwedstrijd waarin figuren optraden als Frans Liszt, Apachen, Japanners, Chinezen e.a., zij het zonder dames. Er werden muziek- en dansuitvoeringen en toneelstukken gegeven, waarbij Pulchri-leden als Willy Sluiter en Piet van de Ham zorgden voor de decoraties. In de zalen werden de ledententoonstellingen gehouden, maar ook exposities van onder meer Schotse, Hongaarse, Spaanse, Italiaanse, Poolse, Belgische en Zweedse schilderkunst. En zo droeg Pulchri Studio bij tot het bekend worden van nieuwe ontwikkelingen in de kunst.

Voor het 160-jarig jubileum in 2007 organiseerde Pulchri een unieke vliegerexpositie in het Atrium van het Stadhuis. De opbrengst van de verkoop van deze fraai beschilderde vliegers kwam ten goede aan het Ronald Mc Donaldhuis.

 

Feest in Pulchri. Boven in het midden, rechtsvoor vrouw in klederdracht: H.WE. Mesdag (c. 1901).

 


Verjaardagsfeest van H.W. Mesdag (70 jaar). Jo Teixeira de Mattos stelde de ‘Mesdag-maagd’voor.

 


Kunstenaars Wil Korrelboom, Frits Frietman en Hayé Smith vervaardigen een mega-schilderij voor het Guinness Book of Records t.g.v. het 140 jarig bestaan van Pulchri (1987)

 


Praalwagen van Pulchri in een huldigingsoptocht, voorstellend De Kunst (1938).

 


Minister-president drs J.M. den Uyl in gesprek met de schrijver Harry Mulisch tijdens het Boekenbal in Pulchri (1974).

foto Piet Gispen

 Vliegerexpositie van Pulchri-kunstenaars in het Atrium van het Stadhuis t.g.v. het 160-jarig jubileum

 

 De ‘Salons’ van Pulchri , figuratie en abstractie

Pulchri onderhoudt vanaf het begin contacten met de internationale kunstwereld. Ouborg, Nanninga, Hussem en Sinemus kwamen als eersten met abstract werk die leidden tot heftige discussies over figuratie en abstractie, vooral rondom kunstenaarscafé De Posthoorn. Haagse realisten als Van Heel, Andréa, Berserik en Draijer stelden zich op tegenover de ‘experimentelen’, die weer aansluiting zochten bij de groep ‘Vrij Beelden’. Kunstenaars van verschillende richting waren lid van Pulchri, de meeste leden van ‘Verve’ waren ook Pulchri-lid: Berserik, Van Heel, Schrofer, Bouthoorn en Westerik. Anderen behoorden tot de experimentele groep ‘Fugare’. Vanuit Pulchri ontstond ook de vereniging Haagse aquarellisten, met kunstenaars als Andréa, Sierk Schröder, de Bruyn Ouboter, Jurjen de Haan en Theo Bitter.

Ook beeldhouwkunst, grafiek, fotografie, computerkunst en installaties werden steeds belangrijker bij Pulchri . Tijdens de Voorjaars- en Najaarssalons presenteren de kunstenaars van Pulchri zich met hun werk aan het publiek. Aan deze Salons zijn prijzen verbonden die door deskundige jury’s worden toegekend. Bij de opening van de Voorjaarssalon wordt de Jacob Hartogprijs toegekend en bij de Najaarssalon de Van Ommeren-De Voogtprijs.

Tot 1969 werd daarnaast ook de Jacob Marisprijs door de ‘Haagse Salon’ uitgereikt aan Haagse kunstenaars. Deze prijs werd verleend voor vier verschillende categorieën: schilderkunst, tekenen, materiaal en beeldhouwen of het totale oeuvre van een Haags kunstenaar.

 
De jury van de Jacob Marisprijs 1953 beoordeelt de ingezonden kunstwerken (1953).

 


De kunstenaar Ria Exel haalt haar werk uit de tentoonstelling als protest tegen de keuze van de jury bij de toekenning van de Jacob marisprijzen (1958).

 


De jury van de Jacob Marisprijs 1961 beoordeelt de ingezonden kunstwerken. Rechts Victorine Hefting (1961)

 


Vier winnaars van de Jacob Hartogprijs in 1975.
Van links naar rechts: Jan van Spronsen, Julus Vermeire, Henri van Nes, Dirk Bus (voorzitter) en Jaraslawa Dankowa (1975)

 


Bij de opening van de salon overhandigen demonstranten aan minister-president Lubbers een schilderij waarop hij naakt staat afgebeeld met een karwats in zijn hand en de duivel aan zijn zijden. Zij protesteerden tegen de geplande afschaffing van de Regeling voor Beeldende Kunstenaars (B.K.R.) in 1986.


Hoog bezoek, beschermvrouwe H.M de Koningin

Koningin Wilhelmina, in 1898 ingehuldigd, had net als haar moeder, de regentes Koningin Emma, een warme belangstelling voor cultuur als één van de aspecten van de samenleving. Maar ook zijzelf was een niet onverdienstelijk schilderes en liet een omvangrijk oeuvre na van schilderijen en tekeningen. In haar autobiografie ‘Eenzaam maar niet alleen’ beschrijft Wilhelmina hoe zij ´door de Schepper geïnspireerd met tintelend genoegen´ de penselen opneemt om te gaan schilderen. Haar benoeming tot werkend lid van Pulchri in 1932 beschouwde koningin Wilhelmina als een bekroning.

Behalve werkend lid was Wilhelmina ook beschermvrouwe van Pulchri . Vanwege de – gedwongen - samenwerking van Pulchri met de Duitse bezetter beëindigde koningin Wilhelmina in 1946 haar werkend lidmaatschap en wenste zij niet langer beschermvrouwe te zijn. Pas in 1969 was prinses Beatrix weer bereid beschermvrouwe  van Pulchri te worden.


De Koningin-Moeder , Emma, bezoekt een tentoonstelling in Pulchri (1930).

 


Koningin Juliana bezoekt de jubileumtentoonstelling t.g.v. 125 jaar Pulchri. Naast haar hofdame freule Roëll (1972).

 


Koningin Juliana bezoekt de tentoonstelling van Tjieke Roelofs in Pulchri (1975).

 
Koningin Beatrix en Prins Claus bezoeken een tentoonstelling ‘Haagse huizen van Oranje’ van het Gemeentearchief in de zalen van Pulchri. (1981).

 

 

Pulchri 2017

In 2017 bestaat Pulchri 170 jaar. Daarmee is Pulchri weliswaar een kunstinstelling met een respectabele leeftijd, maar vooral ook nog steeds een instelling voor beeldende kunst die midden in de samenleving staat. Pulchri wil daarom in de komende periode nadrukkelijk de rol vervullen van ontmoetingsplaats voor de beeldende kunst  en van daaruit verbindingen leggen met andere kunstdisciplines en de stad. Als vereniging van – overwegend Haagse - beeldend kunstenaars is Pulchri een natuurlijke ontmoetingsplaats voor traditie en vernieuwing. ‘Het huis van Pulchri kent vele kamers’. Voor alle disciplines in de beeldende kunst is er ruimte en juist daardoor ontstaat er op natuurlijke wijze een permanent debat over de betekenis van ambachtelijkheid en experiment voor de beeldende kunst en de rol van beeldende kunst in de samenleving. Vanuit de ontmoeting tussen traditie en vernieuwing wordt inspiratie geput door kunstenaars en kunnen kunstliefhebbers en andere bezoekers daarvan in ons gebouw op onnadrukkelijke wijze getuige zijn.

 

 

Peter Hartog (geheel links)  heeft zojuist de Jacob Hartogprijs 2016 uitgereikt aan de kunstenaar Ardi Brouwer (5e van links) die geflankeerd wordt door de voorzitter van Pulchri, Frans de Leef.

T.g.v. het 165-jarig bestaan van Pulchri schilderden Ferial Kheradpicheh, Marianne Blokland, Marijke Gémessy, Marieta Reijerkerk en Greta Cune
een panorama. Zij gebruikten hetzelfde perspectief als Mesdag voor zijn Panorama.
(2012)
Het panorama heeft tot begin 2017 bij het Muzee in Scheveningen gestaan. ER wordt nu een andere plek voor gezocht.